Leerfunctie & gemeenschaps-vormende functie

De leerfunctie en gemeenschapsvormende functie zitten in ons DNA

Learning is the process whereby knowledge is created through the transformation of experience.


– Kolb, 1984

Digidak-locaties (initiaties en vrije inloop) zijn opgevat als leeromgevingen die het leren door individuen, groepen of gemeenschappen mogelijk maken en bevorderen. Een leeromgeving is opgevat als het totaal aan middelen, strategieën, personen en faciliteiten dat de lerende in staat stelt om te leren. De lerende leert door middel van interactie met die leeromgeving.

Globale doeloriëntatie

De buitenste driehoek van dit schema geeft het doel van de leerprocessen weer, en welk resultaat wordt beoogd. De globale doeloriëntatie van Digidak wordt als volgt ingevuld:

  • Aanpassen en inpassen. Mensen leren functioneel digitale toepassingen in te passen in hun dagelijkse leven, volgens gebruiksnut. De context, de medecursisten en de begeleider(s) leveren leervragen en leerervaringen van waaruit het leren begint. De leerprocessen dragen bij tot het gaandeweg goed functioneren in de context van een steeds meer digitale samenleving.
  • Individuele ontwikkeling en ontplooiing. Cursisten en bezoekers leren in functie van eigen behoeften en verlangens op vlak van digitale vaardigheden zowel als op andere vlakken. Mensen ontwerpen zelf blauwdrukken waar ze hun leren op richten. Deze leerprocessen dragen in de eerste plaats bij tot zelfrealisatie. Deze doeloriëntatie weegt het meeste door.
  • Maatschappelijke verandering, organisatieontwikkeling en het vergroten van het ‘beschikbare weten’. Binnen Digidak overstijgt het leren het individu. Leerprocessen vinden plaats op het niveau van het ‘gedeelde en beschikbare weten’ (knowledge creation). Cursisten en bezoekers stellen elkaars beschikbare kennis in vraag, vullen aan en wisselen uit. Leerprocessen dragen bij tot een verdere ontwikkeling van cultuur, samenleving, organisaties, kennis en wetenschap, maatschappelijke structuren. Er worden doorheen de leerprocessen nieuwe blauwdrukken voor het samen-leven, samen-werken, samen-weten ontworpen.

Perspectief op leren

De buitenste cirkel geeft aan vanuit welke betekenis er kan worden gekeken naar leerprocessen. Digidak stelt vooral het leren als het samen construeren en veranderen van betekenis centraal, met leren als het veranderen van systemen en contexten als ondersteuning tot het eerste perspectief op leren.

  • Leren als het samen construeren en veranderen van betekenis. Digidak legt de nadruk op het samen leren, leren van door en met elkaar. In initiaties en in mindere mate de vrije inloop geven mensen samen betekenis aan het gebruik van digitale toepassingen in hun leven. Gebruiksnut, ervaringen en uitdagingen worden met elkaar gedeeld en transformeren in gedeelde kennis en toepassingen. Hoewel de initiaties gepland zijn met lesvoorbereidingen en cursusteksten, zijn deze steeds ondergeschikt aan de interactie tussen mensen, de leergelegenheden die zich voordoen en de bronnen die zich aandienen. Daarbij komt dat de behoefte naar digitale versterking wordt ingezet als ‘excuus’ om mensen bij elkaar te brengen en zo een sociaal leerproces op gang te trekken. Er is ruimte voor eenieders ‘leren’ en dit leren gaat verder dan het puur overbrengen of verwerven van digitale vaardigheden.
  • Leren als het veranderen van systemen en contexten. Als facilitator van het bovenstaande perspectief en tevens als verduurzaming ervan, zet Digidak in op het veranderen van de interactie tussen groepen en individuen enerzijds en de samenleving anderzijds. Vrijwilligers (begeleiders van initiaties en vrije inloop) en cursisten en bezoekers transformeren actief hun verhouding tegenover mensen in de eigen nabijheid: informele (ondersteunings)netwerken krijgen vorm, mensen worden op elkaar betrokken vanuit een initieel afhankelijke intermenselijke leerpositie. Van daaruit appelleren we op het opnemen van verantwoordelijkheid tegenover de wereld en op het ‘activeren’: het opnemen van actief burgerschap.

Visie op het kwaliteitsvol ontwikkelen van leerprocessen

Digidak locaties zijn relationeel ontworpen krachtige leeromgevingen, ingebed in lokale ontmoetingsplaatsen. Participeren aan de praktijk, aan de groep, aan het netwerk, is het uitgangspunt voor ‘leren’ binnen Digidak. Het is een ‘open leerproces‘: wat geleerd wordt, ligt niet strikt op voorhand vast en kan per deelnemer verschillen. Het digitaal ‘excuus’ is een dankbare en neutrale toegang tot fijnmazig werken rond sociale cohesie.

Zo kan vrijwillige begeleider Jan geleerd hebben hoe je informatie op een bevattelijke manier overbrengt. Cursist Mieke leerde hoe ze haar bankzaken met een app op de smartphone kan regelen. Cursist Mona overwon haar verlegenheid om in groep te spreken. Paul van de dienst gelijke kansen krijgt voeling met de vrijwilligers in zijn gemeente. Hope die hier nog niet zo lang woont, heeft mensen leren kennen uit haar buurt waar ze terecht kan met vragen over de schoolkeuze voor haar dochtertje. Myra leerde haar buurman kennen en heeft aangeboden om naar de winkel te gaan wanneer hij slecht ter been is.

Mede doordat Digidak vertrekt vanuit de gedetecteerde noodzaak om op een toegankelijke wijze in te zetten op het verkleinen van de digitale kloof, alsook omwille van de methodiek, wordt de leerfunctie ook ingevuld als ‘emanciperen’, ‘empoweren’ en het ‘subjectiveren’ of het zich eigen maken van (invloed uitoefenen op) maatschappelijke spelregels. Het leren binnen Digidak volgt het groeipatroon van de lerende. Alle deelnemers (begeleiders zowel als cursisten) geven sturing aan het proces – waarbij gebruiksnut en betekeniskaders van de deelnemers het uitgangspunt vormen.

De open leerprocessen en het organische groeipatroon brengen met zich mee dat begeleiders en cursisten (of ‘bezoekers’ van vrije inlopen) leren om tot consensus te komen, door het continue proces van communicatie en onderhandelen. Het registratiesysteem vormt hiervoor een online platform. Digidak omkadert dit zodat de consensus die in de concrete Digidak-locaties wordt gevormd, gedocumenteerd wordt in de redactie van cursusmateriaal, afspraken, vormingsmomenten, opgenomen in teamoverleg en overleg met de peterorganisaties. De betrokkenen zijn mede-eigenaars van het leerontwerp.

Digidak zet in op de gemeenschapsvormende functie, om via het digitale excuus mensen samen te krijgen om het traject naar verhoogde sociaal-culturele participatie aan de samenleving in groep te ondernemen.

We ondersteunen doelgericht processen en praktijken die leiden tot vormen en ondersteunen van groepen en gemeenschappen of versterken van de interactie tussen groepen en gemeenschappen. Daartoe passen we onze tools aan, zoals bijvoorbeeld ons specifiek GDPR-beleid dat deelnemers in staat moet stellen om elkaar te contacteren, maar dit tegelijkertijd enkel toestaat wanneer dit op een geïnformeerde manier gebeurt.

Binnen Digidak beschouwen we het geheel van begeleiders van initiaties en vrije inlopen in een bepaalde gemeente als een groep. Een andere groep bestaat uit het geheel van deelhebbers aan een bepaalde initiatie en/of vrije inloop. Een andere manier waarop groepen binnen Digidak kunnen worden onderscheiden, is het behoren tot een (of meerdere – cfr intersectionaliteit) ‘doelgroep(en)’. Een gemeenschap bestaat binnen Digidak uit alle deelhebbers (begeleiders, cursisten, bezoekers van de vrije inloop, Digidak-medewerkers): zij delen de Digidak-praktijken en de Digidak-methodiek, en in tweede instantie delen zij de buurt / de wijk waarin ze wonen en/of deelnemen aan Digidak. Dit laatste gemeenschapscriterium zorgt voor de verduurzaming van de gemeenschap die ontstaat binnen Digidak: waar mensen elkaars buren bij Digidak leren kennen, ontstaan verhoudingen die zich buiten Digidak en in de eigen buurt verder zetten. De groepen en gemeenschappen rond Digidak krijgen vorm in de schoot van de sociaal-culturele praktijken (bonding). De interactie tussen de aangeduide groepen en gemeenschappen wordt versterkt tijdens participatie aan Digidak (bridging): mensen die van elkaar verschillen (verschillende achtergrond, leefomstandigheden, denkkader, werksituatie,..) worden met elkaar verbonden.

Maatschappelijke ontwikkelingen en fenomenen zoals individualisering, toenemende diversiteit, migratie, meervoudige identiteiten, virtuele identiteiten brengen uiteenlopende en gefragmenteerde leefwerelden met zich mee: we delen niet langer vanzelfsprekend dezelfde leefwereld. Dat heeft zijn gevolgen voor gemeenschappen en gemeenschapsvorming.

Netwerken tussen mensen, netwerken die steunen op gedeelde normen en op vertrouwen, maken het sociaal kapitaal uit van een samenleving. Digidak geeft vorm aan gemeenschap (bonding): we brengen verbondenheid tussen mensen uit eenzelfde buurt of wijk, begeleiders en cursisten ervaren elkaar als gelijken – over de verschillende doelgroepen heen. Dat laatste zorgt ook juist voor bridging: cursisten kunnen begeleiders worden en andersom, cursisten en begeleiders maken deel uit van verschillende groepen in de samenleving (intergenerationele verschillen, verschillen qua inkomen, achtergrond, tijdsbesteding, kennis, vaardigheden,..). Door in te zetten op eigenaarschapverzelfstandigde werking mét het Digidak kader als ‘veilige landingsplaats’ (moderatie van het gemeenschapsvormingsproces zonder te sturen) wil Digidak vermijden dat ontmoeting uitmondt in vooroordelen, segregatie, racisme en uitsluiting.

Buurtbewoners die zich tegenover elkaar verhouden op basis van hoe verschillend ze van elkaar zijn, kunnen aansluiting zoeken in het samen-leren bij Digidak, terwijl eenieders leerproces toch verschillend kan zijn. Het eigenaarschap dat deelnemers hebben over de lesinhoud houdt in dat de leerprocessen samengaan met het onderhandelen (cfr. sociaal leren).

In een gemeenschap van gemeenschappen hebben personen meervoudige identiteiten. Concreet vertaalt zich dit voor Digidak in het nastreven van een doelgroepenmix bij elke activiteit, om de intersectionaliteit een cruciale plaats te kunnen geven in het sociaal leren.

De gemeenschap van gemeenschappen die Digidak in haar werking nastreeft, is er een met een sociale gemeenschapsdynamiek: mensen raken ondanks hun verschillen toch betrokken op iets wat ze samen belangrijk vinden. Daartoe is interactie tussen mensen noodzakelijk.

Vormen van gemeenschappelijkheid bestaan binnen de Digidak-praktijken in het ontwikkelen en samenstellen van initiaties rond digitale vaardigheden (samenwerken aan een bepaalde taak – praktijkgemeenschappen), zelforganisatie, inplannen en voor elkaar invallen van begeleiders (gewoontevorming). Gewoontevorming en praktijkgemeenschappen zien we ook bij de cursisten die de ontmoeting met andere cursisten verduurzamen tot buiten de perken van de initiaties: zij ontmoeten elkaar nadien, spreken af, contacteren elkaar om samen in te schrijven voor een andere initiatie in het Digidak-aanbod. Bridging van cursist naar begeleider bestaat wanneer cursisten zelf ook mee vorm geven aan het cursusmateriaal, bepaalde behoeften signaleren, vragen om vorming of omkadering.

De lesplanning van de Digidak-initiaties is zodanig opgebouwd dat er ruimte en tijd is voorzien voor het overbruggen van de verschillen tussen de mensen binnen de gemeenschap. Er is een evenwicht tussen overdracht van vaardigheden en kennis (het constructivistische leren) en het samen-leren van zich verhouden tot elkaar (het organische leren). Verschillen worden aangegrepen om de dialoog op gang te brengen.

De bronnen van de Digidak gemeenschapsvorming liggen in:

  •  wederzijdse afhankelijkheid: het sociaal leren kan enkel gerealiseerd worden door en met de ander
  • gedeelde waarden en normen: ‘digitaal mee zijn’ ofwel het digitale excuus is belangrijk genoeg om samen te komen – zowel voor de vrijwillige begeleiders als voor de cursisten; de niet-schoolse omgeving is een voorwaarde voor het creëren van een veilige omgeving
  • ontmoeting: ontmoeting vindt tijdens de initiaties in mindere en tijdens de vrije inloop in meerdere mate toevallig plaats. Ontmoetingen bieden een bron voor respect en tolerantie en kunnen een voedingsbodem zijn voor gemeenschapsvorming